–Verhaal illegalen Calais, Frankrijk

Nadat eind 2002 de opvang door het Rode Kruis van illegale migranten bij de kanaaltunnel werd opgeheven, hebben zij zich verplaatst naar de havenstad Calais om van daaruit in of onder een vrachtwagen Engeland binnen te komen. Een groep van 200-250 vooral mannen zwerft dagelijks in de buurt van de haven rond.

Na het onaangename en vernederende reveil door de politie verplaatsen de meeste van de ongeveer 200 “clandestines” zich naar een plek aan een binnenhaven, niet ver buiten het centrum, via de ongebruikte spoorlijn die vlak langs het bos loopt.
Kamal, een jonge Afghaan die een Franse verblijfsvergunning heeft en zich bekommert over een paar landgenoten, is boos. Zijn boosheid komt voort uit een eenvoudige constatering: “Jullie komen zomaar naar ons land en doen wat je goeddunkt, maar als wij naar jullie land willen gaan, nee dat mag dan niet”.
Het is deze eenvoud van wereldperceptie die zo kenmerkend is voor vele migranten. Het voedt de wanhoop en achterdocht op deze plek en is als een soort aura voelbaar bij velen.
Aan de binnenhaven staat een waterpomp waar ze hun hoofd en handen kunnen wassen. Bovendien komt hier om een uur of elf Sylvie, een vrijwilligster van de Association Salam, die twee grote pannen met thee in de achterbak van haar autootje heeft staan. Er wordt dankbaar van gedronken.
“De groep wisselt van samenstelling, maar het zijn er steeds tussen de 175 en 250. Soms worden er een stel opgepakt en in reguliere opvang centra gezet, maar die keren bijna altijd weer terug naar hier”. vertelt ze. “Maar het zijn er hooguit drie per week die het lukt de overtocht te maken”.
Salam is een van de vrijwilligersgroepen die zich het lot van deze verschopten aantrekt. Zij verzorgen ook een bescheiden warme avondmaaltijd. Verder zijn er La Belle Etoile, die rond twee uur brood uitdeelt; de Secour Catholique waar kleding ingezameld wordt en de mensen een keer per week kunnen douchen; en Medecins du Monde, die dagelijks een spreekuurtje heeft in de keet waar het brood wordt uitgedeeld.

De geur van smeulend hout hangt nog op verschillende plekken in “de jungle”, een stukje bos van zo’n 100 bij 200 meter vlakbij de ferryhaven van Calais.
Een kleine eenheid van de Franse nationale politie heeft de afgelopen uren de bewoners van de soms inventief gebouwde hutten het bos uit gedreven, de onwillige desnoods met harde hand, zoals ze dat bijna dagelijks doen. Ook de zieken. Dit met als doel de illegalen te ontmoedigen.
Baharan, een 24-jarige Afghaan die naar Engeland wilt, is heimelijk teruggekeerd en ruimt de slaapplek op die hij met drie anderen deelt. Met gevoel voor dagelijkse verzorging legt hij de dekens op laag struikgewas te luchten. Nog wel op zijn hoede voor de politie, die denkt het bos “schoon “te hebben. Maar voor Baharan hoort het bij de routine en hij hecht eraan de hut schoon te houden. Een maand lang al is hij gestrand in Calais, en lijkt de laatste horde in zijn lange en gevaarlijke reis onneembaar te zijn. Het havengebied wordt met honden bewaakt en de Franse politie houdt de toegangswegen dag en nacht in de gaten
Door de afwezigheid van structurele opvang is het bosje veranderd in een chaotische en vervuilde wildkampeerplaats zonder sanitaire voorzieningen. Je moet oppassen niet in de uitwerpselen te trappen, en rondom de hutten is het een volwaardige vuilnisbelt. Rottende voedselresten liggen her en der en vormen zonder twijfel ziektebronnen..

 

Calais38a

_Calais01

_Calais02

00

01

02

03

04

06

07

08

09

10

11

12

13

17

20

De armlastige stad Calais heeft de handen van het slepende probleem afgetrokken, en stelt zich op het principiële standpunt dat het een nationaal dan wel Europees probleem is, dus dat het maar in Parijs of Brussel opgelost moet worden.
Zij laat de vrijwilligers de verzorging van de groep op zich nemen in de wetenschap dat deze mensen zonder voedselvoorziening wellicht aan het stelen en roven zouden gaan. Parijs volgt, sinds de sluiting van het opvangcentrum bij Sangatte waar de kanaaltunnel doel was van de migranten, een ontmoedigingsbeleid, en hoopt dat zij de langste adem heeft. Dit tot groot ongenoegen van de hulpverleners die weliswaar met een kleinere groep te maken hebben, maar ook zien dat de toestroom blijft.

“Onze bronnen zijn giften van particulieren en bedrijven, zoals bakkers”, zegt Jacky Verhaugen van La Belle Etoile. “Een keer per week krijgen we bananen van een transportonderneming en we ontvangen ook een bescheiden financiële bijdrage van de regionale overheid”.
Met geroutineerde discipline stellen de immigranten zich op in een rij voor de keet waar de zakken met brood, soms met wat kaas en een stuk fruit, worden uitgegeven.
De vrouwen, een stuk of tien, en een paar kinderen mogen even binnen zitten, gescheiden van de mannen buiten. Gretig wordt het voedsel afgenomen en vormen zich overal op en om het pleintje groepjes dankbaar etende mensen. Een enkeling zit alleen. Binnen een half uur gaat de keet weer dicht en vertrekt het busje met de vrijwilligers.
Kahlid , 32, uit zuidelijk Darfur in Soedan wilt politiek asiel in Engeland.
“In Soedan hield ik me bezig met de belangen van studenten. Ik ben te kritisch over het regime geweest, en voelde mijn leven niet meer zeker. Ik kan voorlopig niet meer naar Soedan, maar Calais is een echte bottleneck…”.
Hij heeft een doordachte kijk op de situatie rondom vluchtelingen. Zijn oplossing zou geweest zijn om in buurlanden van b.v. Soedan asieltoewijzing te doen onder de hoede van de VN. Opvang in de regio dus. Volgens hem geeft de VN corrupte en onderdrukkende regimes echter te veel ruimte. Sinds de inval in Irak en, wat hem betreft, de tweeslachtige, softe houding van de VN m.b.t. Soedan is hij er van overtuigd dat de slachtoffers geen vertrouwen meer hebben in die VN, en het dus een gepasseerd station is.
Het is een bonte verzameling, deze groep migranten. Het is moeilijk te peilen wat de werkelijke motieven voor de mannen zijn geweest om deze reis te maken, maar velen schamen zich om op deze manier in Calais te moeten verblijven.
De meeste willen in Engeland aan het werk. Sommigen gaan voor politiek asiel. Er zitten zeker ook opportunistische gelukzoekers bij, maar allemaal zijn ze inmiddels meesters in de kunst van het overleven.

In de garage van de Mission Etudiante staat Jean-Pierre LeClerq in een grote pan te roeren. Hij maakt voor 200 mensen saus voor de macaroni.
Het is een flegmatieke en opgewekte man deze voorzitter van de stichting Salam, welke zich inzet voor immigranten en “landen in moeilijkheden”. Hij is 61, met vervroegd pensioen en wil zich nuttig maken met de tijd die hij heeft.
“We krijgen het eten via donaties van particulieren en bedrijven, vooral winkeliers”, zegt hij. “Soms wordt er geld gegeven, waarmee we eten kunnen kopen als de toevoer van schenkingen wat minder is.” Een vrouw meldt zich en haalt uit haar auto drie kratten met gerookte vis. Van een vishandelaar. De moten zijn verkeerd gesneden en daardoor moeilijk verkoopbaar. “Voor ons maakt dat niet uit natuurlijk. De vis is goed”.
In een aangrenzende ruimte vullen drie vrouwen een babybadje met stukjes fruit. Sinaasappels en goudrenetten met wat plekjes, ook onverkoopbaar aan de veeleisende consument. Elke dag, ook in vakantietijd, zijn hier mensen bezig met het voorbereiden van de warme maaltijd voor de verschoppelingen in de haven.


Om zeven uur in de avond wordt het uitgedeeld bij een grote loods. Uit het zicht van de burgers van Calais  lepelen de illegalen hun bakje macaroni leeg en zijn zichtbaar blij met de warme maagvulling.                                                                                                                                                           Een van de hulpverleners, een jonge vrouw, wordt benaderd door een jonge Pakistaan. Ze voelt zich niet op haar gemak en is blij als ze het gezelschap van haar collega’s kan opzoeken. Een ander heeft wat batterijen uit te delen en kan de mannen nauwelijks van haar afschudden. Wie het eerst komt die het eerst maalt…

Batterijen voor zaklampjes zijn zeer gewild bij de vluchtelingen omdat zij in de avond het pikdonkere bos weer ingaan om in hun hutten de nacht door te brengen, of om weer een poging te wagen bij de vrachtauto’s te komen die bij de terminal klaarstaan om ingescheept te worden naar de overkant.
Want daar gaat het hier uiteindelijk allemaal om.

 

 

Copyright tekst en foto’s Flip Franssen.                                                                                                              Geen gebruik op welke manier dan ook zonder mijn toestemming.

 

Geef een reactie