–Verhaal Rode Kruis, Zagreb 1992

Rond het middaguur betreed ik het Rode-Kruis gebouw in Zagreb waar de registratie van vermiste verwanten plaatsvindt. De hal is gevuld met mensen. Aan een tafel zijn sommigen bezig met papieren waarop zij de gegevens van vermiste familieleden invullen. Er hangt een sfeer die het midden houdt tussen opwinding en ongeduld. Vanmorgen vroeg is gebleken dat een klein konvooi van het Rode Kruis uit de omgeving van Bihac een kleine groep mensen heeft kunnen evacueren. De groep zou nu in Landrovers op de terugweg zijn.

Als een medewerker van het Rode Kruis met een A-4 tje vol namen uit een kantoortje komt stijgt de spanning, en vele verwachtingsvolle blikken worden op hem gericht. Hij heeft zojuist radiocontact gehad met de wagens en gaat de namen voorlezen. Een voor een worden ze afgeroepen. Eerst de achternaam, dan de roepnaam. Het zijn er 23. Bij de wachtenden ontlaadt zich de een na de ander de spanning in onverbloemde vreugde en opluchting. Enkelen kunnen hun tranen niet bedwingen. Na soms maanden van onzekerheid zullen zij hun dierbaren weer terugzien! Toch kwijnt een enkeling nog verder weg in zijn of haar wanhoop.Vertwijfelt klampt een jongen de man met de lijst aan. Gedesillusioneerd trekt hij zich terug. Ze zit er niet bij…


Na een tijdje klinkt het: “Daar zijn ze”! Iedereen spoed zich naar buiten. Vreugdekreten vullen de lucht. Twee broers omhelzen elkaar minutenlang. Sommigen zijn te overdonderd om ik iets te zeggen en huilen slechts. Het meegekomen kindje van de jonge moeder blijkt een briefje in haar jas te hebben van haar oma en opa: ze overleven nog steeds in het zwaar belegerde Bihac. Ook anderen hebben brieven van familie of vrienden bij zich. Zij worden meteen gelezen, en aan de gezichten is de bezorgdheid, maar vooral ook de opluchting af te zien.

Geef een reactie